Waarom OpenAI een eigen chip bouwt (en wat dat betekent)
Sophie Jansen ·
Luister naar dit artikel~4 min
OpenAI ontwikkelt een eigen chip, de Jalapeño, om de torenhoge kosten van AI-infrastructuur te verlagen. In samenwerking met Broadcom en TSMC bouwt het bedrijf een gespecialiseerde chip voor grote taalmodellen.
OpenAI draait op een gigantische financiële motor. En die motor slurpt geld. Niet omdat het bedrijf lui is, maar omdat AI ongelooflijk veel rekenkracht nodig heeft. Denk aan servers die dag en nacht draaien, stroomrekeningen die je niet in je hoofd wilt halen en chips die duurder zijn dan een rijtjeshuis in Amsterdam.
Daarom heeft OpenAI besloten om zijn eigen chip te ontwikkelen: de OpenAI Jalapeño. In samenwerking met Broadcom ontwierp het bedrijf een speciale chip, een zogeheten ASIC (application-specific integrated circuit). Het doel? Minder afhankelijk zijn van dure hardware van Nvidia en de kosten onder controle krijgen.
### Waarom Nvidia zo veel macht heeft
Nvidia is de onbetwiste koning van AI-chips. Ze vragen ongeveer 75% winstmarge op hun topmodellen. Dat klinkt misschien als een mooi getal, maar voor OpenAI is het een nachtmerrie. Het bedrijf houdt zelf maar 33 cent winst over per verdiende dollar. De rest gaat op aan operationele kosten.
Die kosten zijn niet mals. Vorig jaar kostte het draaiende houden van ChatGPT maar liefst 8,4 miljard euro. Dit jaar, met 900 miljoen wekelijkse gebruikers, loopt dat op naar ongeveer 14 miljard euro. En over de komende acht jaar heeft OpenAI maar liefst 1,4 biljoen euro toegezegd aan rekenkracht. Dat is een gok van jewelste voor een bedrijf dat nu 25 miljard euro per jaar omzet.
### Wat de Jalapeño-chip anders doet
De Jalapeño is geen algemene AI-chip. Hij is specifiek ontworpen voor het draaien van grote taalmodellen (LLM's). Dat is een subtiel maar belangrijk verschil. Waar Nvidia's chips voor alles geschikt zijn, is de Jalapeño een specialist. Hij is als een racefiets in een wereld van stadsfietsen: sneller, efficiënter, maar alleen op het juiste terrein.
OpenAI leverde het ontwerp, Broadcom zorgde voor de technische uitwerking en TSMC produceert de chips in Taiwan. Volgens OpenAI draaien er al labversies van de chip, inclusief een nog niet uitgebracht GPT-5.3-Codex-Spark-model.
Richard Ho, hoofd hardware bij OpenAI, legt uit dat de architectuur de dataverplaatsing minimaliseert. Dat klinkt technisch, maar het komt erop neer dat de chip minder tijd verspilt aan het verplaatsen van data en meer tijd besteedt aan het daadwerkelijk rekenen. Dat is cruciaal voor interactieve AI-toepassingen zoals ChatGPT.
### Het verticale integratievliegwiel
Door eigen chips te maken, verandert OpenAI van een softwarebedrijf in een infrastructuurbedrijf. Dat is een strategie die we kennen van Apple: hardware en software naadloos op elkaar afstemmen. OpenAI kan nu de hele keten optimaliseren, van chipontwerp tot de uiteindelijke app.
Dit creëert een vliegwieleffect. Betere infrastructuur verlaagt de kosten. Lagere kosten betekenen betere producten. Betere producten trekken meer gebruikers. Meer gebruikers leveren meer omzet op. En die omzet wordt weer geïnvesteerd in nog betere infrastructuur.
### Kan OpenAI de achterstand inhalen?
OpenAI is laat met eigen chips. Google begon al in 2015 met zijn Tensor Processing Units (TPU's) en beheerst nu ongeveer een kwart van de wereldwijde AI-rekenkracht buiten Nvidia. Amazon heeft meer dan een miljoen eigen chips verscheept. Meta en Microsoft bouwen ook aan hun eigen infrastructuur.
Greg Brockman, medeoprichter van OpenAI, zegt het zo: "Jalapeño is onderdeel van onze langetermijnstrategie om rekenkracht overvloediger te maken. Door meer van de stapel zelf te ontwerpen, kunnen we meer intelligentie leveren met minder middelen."
Of het genoeg is, moeten we afwachten. Maar één ding is zeker: de AI-wapenwedloop wordt niet alleen op software gewonnen, maar ook op silicium.