AI op de Werkvloer: Hoe Nederland AI Adopteert
Lisa Visser ·
Luister naar dit artikel~4 min

AI is op de werkvloer gearriveerd, maar de adoptie is ongelijk. Een groot onderzoek laat zien wie AI gebruikt, hoe en waar nog veel onzekerheid heerst. Kenniswerkers lopen voorop.
Kunstmatige intelligentie is echt gearriveerd op de werkvloer, maar de adoptie is nog lang niet overal hetzelfde. Het hangt sterk af van je rol, je sector en je organisatie. Een recent grootschalig onderzoek onder meer dan 23.000 werkende Amerikanen geeft ons een inkijkje in hoe collega's AI gebruiken, wie er het meest van profiteert en waar nog veel onduidelijkheid heerst.
De cijfers laten zien dat het gebruik van AI op het werk toeneemt, maar dat het verre van universeel is. Het blijft vooral geconcentreerd bij kenniswerkers. Dat is niet zo gek, als je bedenkt waar de huidige AI-tools het beste in zijn.
### Waar vind je AI op kantoor?
Medewerkers in de technologie, financiën en zakelijke dienstverlening zijn veruit de grootste gebruikersgroep. Meer dan driekwart van de IT'ers geeft aan AI 'minstens een paar keer per jaar' te gebruiken. In de financiële en professionele dienstverlening ligt dat percentage net onder de 60. Het zijn vooral de functies met veel digitale workflows en informatieverwerking die baat hebben bij AI-hulp.
In sectoren die gedomineerd worden door klantcontact of handwerk, ligt het gebruik een stuk lager. Slechts ongeveer een derde van de medewerkers in de retail rapporteert een vergelijkbaar gebruik als hun kantoorcollega's. In de zorg en de maakindustrie wordt AI wel vaker ingezet dan in de retail. De huidige AI-platforms sluiten nu eenmaal beter aan bij bureauwerk en cognitieve taken.
### Weet je het zeker? De onzekerheidsfactor
Het onderzoek onthult iets opvallends: een aanzienlijk aantal werknemers is onzeker of hun werkgever überhaupt AI heeft geadopteerd. Bijna een kwart van de ondervraagden wist het niet zeker. In het derde kwartaal van 2025 zei iets meer dan een derde dat hun organisatie AI had geïmplementeerd. 40% zei dat er op hun werkplek geen sprake was van AI-adoptie.
Eerdere versies van dit soort enquêtes hadden vaak geen 'weet ik niet' optie, waardoor mensen moesten gokken. Toen die optie er wel kwam, bleek dat veel medewerkers simpelweg niet op de hoogte waren. Het zijn vooral niet-leidinggevenden, parttimers en mensen in uitvoerende rollen die vaker aangeven niet op de hoogte te zijn van het AI-gebruik binnen hun bedrijf. Hoe verder je van de besluitvorming af staat, hoe onzekerder je wordt.
### Hoe gebruiken we AI eigenlijk?
De manier waarop werknemers AI inzetten is vrij consistent. Voor degenen die het minstens één keer per jaar gebruiken, zijn de meest voorkomende toepassingen:
- Het samenvoegen van informatie
- Het zoeken naar informatie
- Het 'genereren van ideeën'
Meer dan 60% van de AI-gebruikers noemt chatbots. Het gebruik van AI voor schrijven en redigeren volgt op enige afstand. Codeerassistenten en data science tools blijven niche, maar zijn wel populair onder de frequente gebruikers. Interessant is dat medewerkers die vaak AI gebruiken, ook veel meer geneigd zijn om geavanceerdere tools te benutten.
Hoewel de gebruikersaantallen over de hele linie stijgen, is AI voor de meeste werknemers nog niet ingebed in het dagelijkse werk. Ongeveer 45% zegt AI 'een paar keer per jaar' te gebruiken, maar slechts 10% gebruikt het elke dag. Er is dus nog een wereld te winnen.
### Wat kunnen we hiermee?
Voor bedrijfsleiders ligt hier een eenvoudige kans. Het simpelweg duidelijk communiceren van het beleid rond AI-gebruik kan al een positief effect hebben. Het bekendmaken van de beschikbaarheid (of het gebrek daaraan) van AI-tools is een makkelijke manier om de adoptie te verbeteren.
De huidige mogelijkheden van AI richten zich vooral op bureauwerk, digitale en data-gedreven workflows. Maar er zijn talloze platforms die AI ook voor andere rollen kunnen inzetten. Die mogelijkheden verder verkennen is de volgende stap. Het begint allemaal met transparantie en een goed gesprek op de werkvloer. Want uiteindelijk gaat het erom dat deze technologie mensen helpt, niet vervangt.